We hoeven je toestemming niet te vragen, hoor!” riep Sophie, haar stem luid en scherp.
Ik bleef stokstijf staan in de deuropening. Aan de andere kant van de hal hoorde ik haar verder praten, vrolijk en luid tegen iemand buiten.
„Ja, kom maar binnen! Ik heb haar al verteld dat de keuken toch verbouwd wordt. Ze zal wel bijdraaien als ze het resultaat ziet.”
Ik liep de hoek om en zag twee mannen in werkkleding binnenstappen, met verfemmers en gereedschap.
„Wat is hier aan de hand?” vroeg ik, mijn stem trillend van woede.
Sophie draaide zich langzaam om, haar handen nonchalant in haar zakken.
„Oh, hallo,” zei ze luchtig. „We gaan de keuken aanpakken. De oude stijl was… nou ja, nogal verouderd. Tijd voor iets moderns.”
„We?” herhaalde ik. „Sophie, dit is míjn huis. Jij woont hier tijdelijk met mijn zoon. Dit was nooit de afspraak.”
Ze zuchtte, alsof ze tegen een lastig kind sprak. „Ik weet dat het moeilijk is om verandering te accepteren, maar we moeten vooruit. Dit is óók ons thuis nu.”
Ik kon niet geloven wat ik hoorde. „Ons thuis? Jij woont hier omdat wij dat toestonden! Je kunt niet zomaar alles veranderen.”
Ze glimlachte schuin. „Misschien is het tijd dat jullie eens leren loslaten.”
Mijn zoon, Mark, kwam net binnen. Hij zag de spanning meteen.
„Wat gebeurt hier?” vroeg hij.
Ik draaide me naar hem. „Wat hier gebeurt, is dat jouw vrouw denkt dat ze de baas is in mijn huis!”
Sophie lachte ongemakkelijk. „Mark, zeg haar dat dit goed komt. Ik probeer alleen een frisse start te maken voor ons allemaal.”
Maar Mark keek haar strak aan. „Sophie… heb je die schilders besteld…….