Die ochtend leek een gewone dinsdagochtend. Mijn man, Erik, haastte zich zoals altijd om op tijd naar zijn werk te vertrekken. Hij gooide snel een boterham naar binnen, mompelde iets over een belangrijke vergadering en vertrok met de woorden:
“De chef wacht al op me in het kantoor – ik moet gaan!”
Ik schonk mezelf nog een kop koffie in en wilde net de vaatwasser uitruimen toen ik merkte dat er iets op tafel lag. Eriks telefoon. Dat was vreemd, want normaal was hij nooit zonder. Hij hield hem altijd bij zich, alsof het een verlengstuk van zijn hand was.
Ik haalde mijn schouders op. Hij zou het vast later merken en terugrijden om hem te halen. Maar enkele minuten later begon het toestel te rinkelen. Zonder erbij na te denken pakte ik hem op. Ik dacht dat het mijn eigen telefoon was, want het toestel had hetzelfde hoesje.
“Hallo?” zei ik aarzelend…….
