“Het spijt me dat ik je zo laat opzoek,” zei hij nu, met een stem die tegelijk vertrouwd en vreemd klonk. “Ik weet dat dit… overweldigend is.”
Ik kon alleen maar staren. “Maar… hoe?”
Hij knikte naar de stoelen in de lege cabine. “Laten we gaan zitten. Ik zal het uitleggen.”
Hij vertelde dat de crash die hem dood had moeten verklaren, geen ongeluk was geweest, maar een mislukte reddingsoperatie. Zijn toestel had destijds een technisch defect, maar de waarheid was complexer — er waren politieke belangen, mensen die wilden dat bepaalde feiten niet naar buiten kwamen.
Hij had overleefd dankzij een vissersboot, maar om veiligheidsredenen werd zijn identiteit gewist. “Ik mocht geen contact opnemen,” zei hij zacht. “Ik dacht dat ik jullie in gevaar zou brengen. Pas vorig jaar werd het onderzoek afgesloten. Sindsdien… heb ik naar je gezocht.”
Ik voelde een brok in mijn keel. Al die jaren van rouw, van denken dat hij er niet meer was — en hij zat hier, levend, voor me.
“Waarom nu?” vroeg ik met tranen in mijn ogen.
Hij glimlachte verdrietig. “Omdat ik hoorde dat jij nu vliegt voor zaken, en ik dacht… misschien kruisen onze paden ooit. En toen ik je naam op de passagierslijst zag vandaag…” Hij stopte even, alsof hij het zelf niet kon geloven. “Ik wist dat ik het moest doen……
