Mijn hart sloeg op hol toen de raampjes van de zwarte limousine naar beneden gleden. Een man van middelbare leeftijd, stijlvol gekleed in een donker pak, keek me aan met een mengeling van medeleven en vastberadenheid.
“Rachel?” vroeg hij zacht. Zijn stem had iets vertrouwds, alsof ik hem al eerder had gehoord.
“Ja… wie bent u?” stamelde ik, terwijl ik mijn tas steviger tegen mijn borst drukte.
Hij stelde zich voor als Meneer Van der Laan, de zakenpartner en oude vriend van mijn vader. “Je vader heeft me vaak over je verteld. Hij vroeg me, mocht hem ooit iets overkomen, een oogje in het zeil te houden.”
Zijn woorden raakten me diep. “Maar… het huis? Alles is weg. Mijn tante heeft me eruit gezet…..
